Nederland telt inmiddels ruim 130.000 publieke laadpunten, maar de verschillen tussen gemeenten zijn groot. Uit een analyse van ParkBee blijkt welke gemeenten de meeste publieke laadpunten per inwoner hebben. Loon op Zand voert de ranglijst aan.
Nederland telt volgens de voor deze analyse gebruikte cijfers 130.738 publieke laadpunten. Tegelijkertijd is inmiddels ongeveer één op de vijf personenauto’s gedeeltelijk of volledig elektrisch. De behoefte aan openbare laadmogelijkheden groeit daardoor mee, vooral onder automobilisten die niet op hun eigen terrein kunnen laden. Alleen het totale aantal laadpunten per gemeente zegt echter niet zoveel. Een grote stad heeft vanzelfsprekend meer laadpunten nodig dan een kleine gemeente. ParkBee keek daarom naar het aantal publieke laadpunten per 1.000 inwoners. Die verhouding geeft een beter beeld van de beschikbaarheid van openbare laadinfrastructuur in een gemeente. De analyse is gebaseerd op de meest recente gegevens van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur en het CBS. Daarbij zijn alleen publieke laadpunten meegenomen. Privélaadpunten bij woningen en laadvoorzieningen die niet vrij toegankelijk zijn, vallen buiten deze vergelijking.
Loon op Zand heeft de meeste publieke laadpunten per inwoner
Loon op Zand staat bovenaan met 16,7 publieke laadpunten per 1.000 inwoners. Daarmee blijft de Brabantse gemeente Sluis voor, dat uitkomt op 15,4 laadpunten per 1.000 inwoners. Leiderdorp volgt met 14,4, Culemborg met 14,2 en Katwijk met 13,5.
De ranglijst maakt duidelijk dat vooral kleinere en middelgrote gemeenten goed kunnen scoren. Daar hoeft het absolute aantal laadpunten niet bijzonder groot te zijn om toch een hoge laadpuntdichtheid te bereiken. Het aantal inwoners ligt immers ook lager. Dat betekent overigens niet automatisch dat elektrisch rijden in Loon op Zand in ieder opzicht beter is geregeld dan in andere gemeenten. De ranglijst kijkt uitsluitend naar publieke laadpunten per inwoner. Zaken als laadvermogen, storingsgevoeligheid, bezettingsgraad, tarieven en de spreiding van laadpunten over wijken zijn niet meegenomen. Ook het aantal elektrische auto’s per gemeente speelt geen rol. Een gemeente met veel laadpunten, maar ook bijzonder veel elektrische auto’s, kan in de praktijk alsnog een hoge druk op de laadvoorzieningen ervaren.
Breda voert de ranglijst van grote gemeenten aan
Bij de gemeenten met meer dan 100.000 inwoners komt Breda als beste uit de analyse. De stad telt 12,4 publieke laadpunten per 1.000 inwoners. Utrecht volgt op korte afstand met 12,1 laadpunten. Den Haag staat derde met 11,8, gevolgd door Rotterdam met 11,6 en Amsterdam met 11,0. Amsterdam heeft met ruim 10.260 publieke laadpunten in absolute aantallen verreweg het grootste openbare laadnetwerk van Nederland. Door het grote aantal inwoners eindigt de hoofdstad in deze vergelijking echter op de vijfde plaats onder de grote gemeenten. Dat verschil laat goed zien waarom een vergelijking per 1.000 inwoners nuttig is. Het absolute aantal laadpunten vertelt vooral iets over de omvang van het netwerk. Het aantal laadpunten per inwoner zegt meer over de verhouding tussen de laadinfrastructuur en de grootte van een gemeente. Toch blijft ook deze vergelijking een momentopname. Nieuwe laadpunten worden voortdurend geplaatst, terwijl bestaande locaties kunnen verdwijnen of tijdelijk buiten gebruik zijn. Bovendien kunnen inwoners gebruikmaken van laadpunten in omliggende gemeenten, bij werkgevers, winkelcentra en parkeergarages.
Nederland heeft de hoogste laadpuntdichtheid van Europa
Internationaal bekeken staat Nederland er bijzonder goed voor. Uit Europese cijfers over 2024 blijkt dat ons land gemiddeld 10,2 publieke laadpunten per 1.000 inwoners telde. Daarmee had Nederland de hoogste laadpuntdichtheid van Europa. IJsland volgde met 6,6 laadpunten per 1.000 inwoners, België met 6,5, Denemarken met 6,0 en Noorwegen met 5,4.
Die cijfers zijn afkomstig van de ACEA Pocket Guide 2025/2026 en zijn gebaseerd op gegevens van het European Alternative Fuels Observatory en Eurostat. Omdat voor alle landen dezelfde meetmethode wordt gebruikt, zijn deze cijfers geschikter voor een internationale vergelijking dan afzonderlijke nationale tellingen.
Het Nederlandse netwerk is daarna verder gegroeid. Volgens het European Alternative Fuels Observatory telde Nederland eind 2025 in totaal 209.513 laadpunten. Daarvan waren 126.058 reguliere publieke laadpunten, 76.860 semi-publieke laadpunten en 6.595 snellaadpunten met een vermogen van meer dan 50 kW. Die totale cijfers kunnen niet één op één worden vergeleken met de 130.738 publieke laadpunten uit de analyse van ParkBee. De Europese telling maakt namelijk apart onderscheid tussen publieke, semi-publieke en snelle laadpunten. De gebruikte definities en peildata kunnen daardoor verschillen. De voorsprong van Nederland hangt voor een belangrijk deel samen met de manier waarop hier wordt geparkeerd en gewoond. Veel Nederlanders hebben geen eigen oprit en zijn aangewezen op een openbare parkeerplaats. Daardoor is al vroeg een fijnmazig netwerk van laadpunten langs straten en in woonwijken ontstaan. In landen waar meer mensen thuis kunnen laden, ligt de nadruk vaker op snelladers langs doorgaande wegen.
Groningen blijft achter bij andere grote steden
Ondanks de sterke internationale positie van Nederland zijn de verschillen binnen ons land fors. Groningen valt daarbij op. Van de tien grootste Nederlandse gemeenten, met meer dan 175.000 inwoners, heeft Groningen met 4,5 publieke laadpunten per 1.000 inwoners de laagste laadpuntdichtheid. De stad blijft daarmee duidelijk achter bij Almere, waar 7,4 laadpunten per 1.000 inwoners beschikbaar zijn. Ook wanneer alle gemeenten met meer dan 100.000 inwoners worden bekeken, staan verschillende grotere gemeenten onderaan. Haarlemmermeer komt eveneens uit op 4,5 laadpunten per 1.000 inwoners, Emmen op 4,2, Haarlem op 3,9 en Leeuwarden op 3,5.
Helemaal onderaan de landelijke ranglijst staat Renkum. Die gemeente telt volgens de analyse slechts 0,2 publieke laadpunten per 1.000 inwoners. Daarna volgen Berkelland met 0,6, Dantumadiel met 0,9, Renswoude met 1,0 en Ameland met 1,1 laadpunten per 1.000 inwoners. Vooral voor EV-rijders zonder eigen laadmogelijkheid kunnen deze verschillen merkbaar zijn. Een laag aantal publieke laadpunten hoeft niet direct te betekenen dat er dagelijks wachtrijen ontstaan, maar het maakt inwoners wel sterker afhankelijk van een beperkt aantal locaties.
Een hoog aantal laadpunten vertelt niet het hele verhaal
De ranglijst laat vooral zien hoe ongelijk de publieke laadinfrastructuur over Nederland is verdeeld. Loon op Zand en Breda lopen voorop wanneer het aantal laadpunten wordt afgezet tegen het aantal inwoners. Andere gemeenten hebben nog een behoorlijke achterstand in te halen. Tegelijkertijd zegt het aantal publieke laadpunten per inwoner niet alles over de werkelijke laadmogelijkheden. Een gemeente met veel laadpunten van 11 kW kan op papier uitstekend scoren, terwijl een kleiner aantal krachtigere laadpunten in de praktijk meer auto’s per dag kan bedienen. Ook de beschikbaarheid van thuisladen, laadpleinen en snelladers is van invloed.
De belangrijkste uitkomst is daarom niet dat één gemeente zonder meer het beste is voor iedere elektrische rijder. De cijfers laten vooral zien dat de woonplaats nog altijd veel verschil maakt voor mensen die afhankelijk zijn van publiek laden. Dat is opvallend, want Nederland heeft als geheel juist de hoogste laadpuntdichtheid van Europa.
Top 5 gemeenten met de meeste publieke laadpunten per 1.000 inwoners
- Loon op Zand – 16,7
- Sluis – 15,4
- Leiderdorp – 14,4
- Culemborg – 14,2
- Katwijk – 13,5
Top 5 gemeenten met meer dan 100.000 inwoners
- Breda – 12,4
- Utrecht – 12,1
- Den Haag – 11,8
- Rotterdam – 11,6
- Amsterdam – 11,0
Top 5 gemeenten met de minste publieke laadpunten per 1.000 inwoners
- Renkum – 0,2
- Berkelland – 0,6
- Dantumadiel – 0,9
- Renswoude – 1,0
- Ameland – 1,1
Tekst: Marc Verweij














