▸ Welk laadvermogen heb ik nodig voor mijn laadpaal?
Dat hangt af van je aansluiting en je rijgedrag. Met 11 kW laad je een gemiddelde accu in een nacht ruim vol. 22 kW is thuis zelden nodig en vraagt een zware aansluiting. Belangrijker dan het maximum is of de lader zijn vermogen fijn kan bijstellen, zodat hij kan meebewegen met je zonnepanelen of je hoofdzekering.
▸ Wat is het verschil tussen laden op één fase en op drie fasen?
Met drie fasen laad je sneller, tot 11 of 22 kW in plaats van maximaal 7,4 kW. Met één fase kun je op laag vermogen doorladen, wat handig is als je op zonne-overschot laadt. De beste laders schakelen automatisch tussen beide.
▸ Welke laadpaal heb ik nodig voor ERE-certificaten?
Eén met een MID-gecertificeerde kWh-meter aan boord. Zonder gecertificeerde meting is er geen bewijs van je geladen kilowattuur en dus geen vergoeding. Heb je al een laadpaal zonder MID-meter, dan is er soms een alternatief: een losse MID-meter, of een exclusief allocatiepunt dat je netbeheerder instelt. Laat dat door je installateur beoordelen.
▸ Wat zijn ERE-certificaten en hoeveel levert het op?
ERE staat voor Emissie Reductie Eenheden. Eén certificaat vertegenwoordigt één kilogram vermeden CO₂ ten opzichte van rijden op fossiele brandstof. De regeling geldt in Nederland sinds 1 januari 2026. In de praktijk levert het in 2026 na aftrek van commissie ongeveer 10 tot 13 cent per geladen kilowattuur op. Als particulier vraag je ze aan via een inboekdienstverlener, bedrijven kunnen zelf inboeken bij de NEa.
▸ Wat verandert er op 1 januari 2027 met de salderingsregeling?
Dan stopt saldering in Nederland. Je mag teruggeleverde stroom niet langer wegstrepen tegen je verbruik, maar krijgt er een terugleververgoeding voor. Die is tot 2030 wettelijk minimaal 50% van het kale leveringstarief. Stroom die je zelf verbruikt blijft 100% waard, dus zelf verbruiken wordt aantoonbaar voordeliger dan terugleveren.
▸ Kan ik mijn auto laden op mijn eigen zonne-overschot?
Ja, als je lader kan zien hoeveel stroom je panelen over hebben. Daarvoor is een meetpunt of controller nodig. De lader past dan zijn laadstroom aan het overschot aan, bij go-e in stappen van 1 ampère, zodat ook een klein overschot bruikbaar is. Zonder meetpunt kun je met een laadtimer werken of meebewegen met een dynamisch contract.
▸ Wat is load balancing en heb ik het nodig?
Load balancing zorgt dat je laadpaal zijn vermogen terugschroeft wanneer de rest van je huis veel stroom vraagt, zodat je hoofdzekering het houdt. Heb je een 1×35 A- of 3×25 A-aansluiting en daarnaast een warmtepomp, inductiekookplaat of airco, dan is het in de praktijk onmisbaar. In Vlaanderen helpt het bovendien je kwartierpieken laag te houden, en dat verlaagt je capaciteitstarief.
▸ Kies ik een vaste laadkabel of een contactdoos?
Een vaste kabel is comfortabeler, want je hoeft niets uit de kofferbak te halen. Een contactdoos is flexibeler bij verschillende auto’s of kabellengtes, en je kabel gaat mee als je verhuist. Voor thuisgebruik kiest de meerderheid een vaste kabel van vijf tot zes meter.
▸ Wat is Plug & Charge en wat is het verschil met autocharge?
Bij Plug & Charge (ISO 15118) herkennen auto en laadstation elkaar via een certificaat in de auto: stekker erin en het laden begint. Autocharge is de eenvoudiger voorloper, die de auto herkent op het ID van de laadkabel. Dat werkt vaak, maar is minder veilig en niet gestandaardiseerd. ISO 15118 is de standaard waar de markt naartoe beweegt.
▸ Kan bidirectioneel laden al in Nederland en België?
Op beperkte schaal, en alleen als vier dingen samenvallen: een auto die het ondersteunt, een laadstation dat het kan, een leverancier met een contract dat het toestaat, en een netbeheerder die de terugvoeding accepteert. Er lopen projecten in beide landen, maar voor de gemiddelde EV-rijder is het nog geen kant-en-klare optie. Een laadstation dat V2X-ready is volgens ISO 15118 zorgt wel dat je later mee kunt.
▸ Hoe lang gaat een laadpaal mee?
Reken op tien tot vijftien jaar. In die periode verandert er veel in techniek en regelgeving, dus kijk bij aankoop of de fabrikant firmware-updates uitbrengt en of het toestel voorbereid is op ISO 15118. Let ook op de garantietermijn: bij sommige fabrikanten is dat de wettelijke twee jaar, bij andere drie jaar of meer.