ERE-certificaten geven thuisladen sinds 2026 een extra financiële waarde. Nu het vernieuwde register van de Nederlandse Emissieautoriteit live is en de uitvoering in september echt op gang komt, wordt de regeling concreet. Tijd om uit te zoeken wat je eraan hebt – en welke laadpaal je daarvoor nodig hebt.
Waarom ERE-certificaten juist nu actueel worden
ERE-certificaten bestaan formeel al sinds begin 2026, maar voor particuliere EV-rijders was er tot nu toe vooral sprake van regelgeving, voorbereidingen en beloftes over mogelijke vergoedingen. Dat verandert nu. Het vernieuwde Register Energie voor Vervoer (REV) van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) is sinds augustus operationeel. Voor september staat de volgende belangrijke stap gepland: dan moet ook de functionaliteit beschikbaar komen waarmee inboekdienstverleners elektriciteit die namens particulieren wordt geregistreerd daadwerkelijk kunnen inboeken. De NEa tekent daarbij aan dat de planning nog kan wijzigen.
Daarmee verschuift de ERE-regeling van papier naar praktijk. Inboekdienstverleners hebben zich inmiddels bij de NEa gemeld, fabrikanten spelen op de nieuwe eisen in en voor EV-rijders wordt duidelijker aan welke voorwaarden een thuislaadpunt moet voldoen. Bovendien kunnen geschikte laadleveringen vanaf 1 januari 2026 nog worden meegenomen. Wie al sinds het begin van het jaar via een geschikte laadpaal thuis laadt, is dus niet automatisch te laat.
Wat zijn ERE-certificaten?
Wie thuis een elektrische auto laadt, betaalt gewoon voor zijn elektriciteit. Sinds 2026 gebeurt er achter de schermen alleen iets nieuws. De elektriciteit die aantoonbaar in de auto terechtkomt, kan worden omgerekend naar emissiereductie-eenheden, kortweg ERE’s. Eén ERE vertegenwoordigt één kilogram CO2-equivalent aan emissiereductie ten opzichte van fossiele brandstof.
ERE-certificaten zijn dus geen subsidiepot van de overheid. Ze maken deel uit van een markt waarin bedrijven die brandstoffen voor vervoer leveren hun uitstoot moeten terugdringen. Zij hebben ERE’s nodig om aan hun verplichtingen te voldoen. Elektrisch rijden levert aantoonbare emissiereductie op en daardoor krijgt ook elektriciteit die voor vervoer wordt gebruikt een financiële waarde.
Particulieren kunnen die thuis geladen stroom niet zelf in het REV inboeken en de bijbehorende ERE’s ook niet zelf verhandelen. Daarvoor is een zogenoemde inboekdienstverlener nodig. Die verzamelt de laadgegevens, verzorgt de registratie en verkoopt de ERE’s. Wat de EV-rijder uiteindelijk ontvangt, hangt af van de marktprijs en de afspraken met die dienstverlener.
Meer informatie over het inboeken van elektriciteit voor particulieren vind je bij de NEa.
Nederland laadt thuis, maar vaak zonder wallbox
Juist in Nederland kan de regeling interessant worden. Uit marktonderzoek dat go-e samen met onderzoeksbureau USCALE liet uitvoeren onder 400 Nederlandse EV-rijders blijkt dat 75 procent thuis laadt en 62 procent dat zelfs hoofdzakelijk thuis doet.
Maar er zit een opvallende keerzijde aan die cijfers. Slechts 42 procent van de Nederlandse thuisladers gebruikt volgens dat onderzoek een wallbox. Een aanzienlijk deel van de EV-rijders laadt thuis nog via een gewoon stopcontact of een andere eenvoudige laadoplossing.
Wie rechtstreeks via een stopcontact laadt, beschikt niet over een geïntegreerde MID-meter. Bovendien hebben ook veel wallboxes die de afgelopen jaren zijn geïnstalleerd zo’n gecertificeerde meter niet. Een flink deel van de Nederlandse thuisladers kan daardoor niet zomaar van de ERE-regeling profiteren. Daarmee wordt een MID-meter ineens een stuk relevanter bij de aanschaf of vervanging van een laadpaal.
Voor ERE-certificaten wordt de MID-meter belangrijk
Voor een normale particuliere netaansluiting moet betrouwbaar kunnen worden vastgesteld hoeveel elektriciteit daadwerkelijk naar de auto is gegaan. De NEa verlangt daarvoor een bemeterd laadpunt. Bij particulieren moet de MID-meter in de laadpaal zijn geïntegreerd; een losse MID-meter in de meterkast volstaat in de normale situatie niet.
MID staat voor Measuring Instruments Directive. Het is Europese regelgeving voor meetapparatuur waarmee bijvoorbeeld elektriciteitsverbruik officieel kan worden vastgesteld en verrekend.
Opvallend genoeg speelde die meter bij de aankoop van een thuislader tot nu toe nauwelijks een hoofdrol. In het onderzoek van go-e en USCALE stond een MID-meter bij Nederlandse wallboxbezitters op plaats 11 van de 14 genoemde eigenschappen: slechts 14 procent vond hem belangrijk. Onder mensen die een wallbox overwogen was dat zelfs maar 8 procent.
go-e Charger PRO CABLE is klaar voor ERE
Een laadpaal die hier specifiek op inspeelt is de go-e Charger PRO CABLE. Dat is de volledige productnaam; go-e gebruikt voor het model zelf ook de kortere benaming Charger PRO. De huidige CABLE-uitvoering heeft een vaste laadkabel van zes meter. Een uitvoering zonder geïntegreerde laadkabel volgt later.
De PRO CABLE heeft standaard een geïntegreerde MID-gecertificeerde energiemeter. Die meter voldoet aan nauwkeurigheidsklasse B. Daarmee mag de meetafwijking maximaal 2 procent bedragen. Daarmee voldoet de laadpaal aan een van de belangrijkste technische voorwaarden om thuis geladen elektriciteit voor ERE-certificaten te laten registreren. Dat betekent overigens niet dat het ophangen van de PRO CABLE automatisch geld oplevert. Ook de EAN-code, registratie van het laadpunt, machtiging en gekozen inboekdienstverlener moeten kloppen.
De Charger PRO CABLE ondersteunt daarnaast onder meer OCPP, RFID, Ethernet, mobiele dataverbinding en load balancing. In combinatie met de go-e Controller kan het laadvermogen automatisch worden aangepast aan wat er in huis beschikbaar is en kan een overschot van zonnepanelen rechtstreeks worden benut voor het laden van de auto.
Wil je een laadpaal waarmee de geladen elektriciteit geschikt kan worden geregistreerd voor ERE-certificaten?
Bekijk hier de go-e Charger PRO CABLE met geïntegreerde MID-meter.
Meer over slim laden, laadpalen en thuisladen lees je ook op onze pagina over EV-laden.
Hoeveel ERE’s levert één kWh thuisladen op?
De rekensom achter ERE-certificaten is ingewikkelder dan één geladen kWh staat gelijk aan één ERE. Alleen het hernieuwbare deel van de elektriciteit telt mee. Voor particuliere thuisladers gebruikt de NEa in 2026 een vast hernieuwbaar aandeel van 50,5 procent. De officiële berekening is vervolgens gebaseerd op een fossiele referentie van 183 gram per megajoule en de omrekening van kWh naar megajoules. Daarmee levert één thuisgeladen kWh in 2026 ongeveer 0,333 ERE op.
Bij 3.000 kWh thuisladen kom je zo op ongeveer 998 ERE’s, oftewel bijna 998 kilogram berekende CO2-equivalente emissiereductie.
Dat voorbeeld van 3.000 kWh per jaar is trouwens helemaal niet zo hoog. In het onderzoek van go-e en USCALE gaf 63 procent van de Nederlandse EV-rijders aan meer dan 15.000 kilometer per jaar te rijden. Wie het grootste deel daarvan thuis laadt, kan afhankelijk van de auto en het verbruik al snel richting dat laadvolume gaan.
Zonnepanelen tellen niet volledig mee voor ERE
Hier zit een merkwaardige kronkel in de regeling. Wie op een zonnige middag zijn auto rechtstreeks met stroom van het eigen dak oplaadt, zou verwachten daarvoor meer ERE’s te ontvangen dan iemand die dezelfde hoeveelheid stroom uit het net haalt. Voor particuliere thuisladers werkt het alleen niet zo.
De NEa rekent in 2026 altijd met het vaste hernieuwbare aandeel van 50,5 procent. Dat percentage verandert niet doordat je zonnepanelen hebt. Ook met een groen energiecontract krijg je als particulier niet automatisch meer ERE’s.
Dat maakt laden op eigen zonnestroom natuurlijk niet minder aantrekkelijk. De stroom van je eigen dak hoeft immers niet tegen het volledige consumententarief te worden ingekocht. Met bijvoorbeeld de go-e Controller kan een overschot aan zonnestroom bovendien automatisch naar de auto worden gestuurd. Het voordeel daarvan staat alleen los van het aantal ERE’s dat wordt gecreëerd.
Hoeveel geld leveren ERE-certificaten op?
Dan de vraag waar het uiteindelijk om draait: wat krijg je ervoor? Daar bestaat geen vast bedrag voor. De waarde van een ERE wordt bepaald door vraag en aanbod. Daarnaast kunnen inboekdienstverleners kosten of een commissie rekenen voor het verzamelen, controleren, registreren en verkopen van de ERE’s.
De vaak genoemde 10 cent per geladen kWh is dus geen officieel tarief. De NEa zegt expliciet dat er geen vaste ERE-prijs bestaat en dat daarmee ook geen gegarandeerde vergoeding per geladen kWh kan worden genoemd. Stel dat een dienstverlener uiteindelijk netto 12 cent per kWh uitkeert en je jaarlijks 3.000 kWh thuis laadt. Dan gaat het om € 360 per jaar. Bij 13 cent wordt dat € 390. Maar die bedragen zijn rekenvoorbeelden, geen garantie.
Wie een inboekdienstverlener kiest, doet er daarom verstandig aan niet alleen naar het hoogste bedrag op de homepage te kijken. Controleer ook de commissie, contractduur, wijze van prijsbepaling, het moment van uitbetaling en de manier waarop je laadgegevens worden verwerkt.
Je laadpaal vervangen? Niet meteen nodig
ERE-certificaten maken een MID-meter ineens interessanter, maar dat betekent niet dat iedere EV-rijder nu zijn bestaande laadpaal van de muur moet trekken. Eerst rekenen blijft verstandiger.
Wel komt de nieuwe regeling op een opvallend moment. In het onderzoek van go-e en USCALE zegt 32 procent van de Nederlandse wallboxbezitters van plan te zijn zijn laadpaal binnen twaalf maanden te vervangen. Voor die groep ligt de afweging anders. Wie toch een nieuwe laadpaal koopt, doet er verstandig aan naast laadvermogen, load balancing, zonnepanelen en connectiviteit ook naar de meetapparatuur te kijken. Een geïntegreerde MID-meter kan gedurende de levensduur van een laadpaal immers daadwerkelijk een financiële waarde krijgen.
En België dan?
Belgische EV-rijders kunnen geen gebruikmaken van de Nederlandse ERE-regeling. Toch is ook daar de nauwkeurigheid van de energiemeter belangrijker geworden.
Sinds 1 januari 2025 gelden in België voor nieuw aangeschafte, gehuurde of geleasede laad- en meetoplossingen voorwaarden voor het belastingvrij terugbetalen van thuis geladen elektriciteit van een bedrijfswagen. De gebruikte kWh-meter moet daarbij een maximale afwijking van 2 procent hebben, oftewel voldoen aan nauwkeurigheidsklasse B. Dat sluit aan bij de MID-meter in de go-e Charger PRO CABLE. Voor bestaande laadinstallaties gelden overgangsregels; die hoeven dus niet automatisch vervangen te worden.
De laadpaal wordt meer dan een stopcontact
De komst van ERE-certificaten maakt vooral duidelijk hoe snel de rol van de thuislaadpaal verandert. Hij brengt allang niet meer alleen stroom van de meterkast naar het accupakket. Een moderne laadpaal meet, communiceert, reageert op energieprijzen, voorkomt overbelasting van de aansluiting en kan het laden afstemmen op zonnepanelen.
Nu krijgt ook de kwaliteit van de meetgegevens financiële betekenis. Wie al een prima functionerende laadpaal heeft, hoeft daarom niet meteen in actie te komen. Maar zodra vervanging of aanschaf aan de orde is, zouden wij een geïntegreerde MID-meter inmiddels serieus meenemen in de vergelijking. Met ERE-certificaten kan zo’n technisch detail over een aantal jaren immers honderden euro’s verschil maken. En daarmee wordt thuisladen weer een stukje interessanter: niet alleen kijken wat een kWh kost, maar ook wat die geladen kWh achteraf nog kan opleveren.



















wat een ingewikkeld gedoe om zoiets eenvoudig als een ev laden…..
zelfs een simpele stopkontaktlader van 250€ doet zijn werk perfect,trager ja,en dan?
investeren in al die dure electronische controle en manipulatie toepassingen waarmee je ook nog eens het risico loopt op meer storingen en defecten? NEE BEDANKT